Negen nachten hing ik aan de boom, gewond door de speer die aan Odin gewijd is. Mijzelf geofferd aan mijzelf. Hangend aan de boom, weet niemand waar de wortels zijn. Niemand gaf mij brood, niemand gaf mij water. In de afgrond tuurde ik, om de runen te grijpen, met een luide kreet... en ik verloor het bewustzijn. Welbevinden was mijn beloning, en ook wijsheid. 

 

Handgeschilderde framedrum.